


|
DE GEEST IN DE WEITAS
Het volgende visverslag is volgens mij te wijten
aan een geest die wensen vervult, die in de weitas van mijn grootvader zaliger
huist. Ik heb die lederen tas deze week goed ingevet, dus ook goed ingewreven en
zodus is de geest eruit gekomen. Ze moeten niet altijd in een lamp zitten,
niewaar?
Alle gekheid op een stokje, ik had mij deze week voorgenomen om
of donderdag of vrijdag erop uit te trekken en nog eens te gaan vissen. Ik ben
dit jaar door omstandigheden veel te weinig gaan vissen, maar donderdag of
vrijdag leken mij ideaal. De voorbije dagen had het veel geregend en voor
donderdag en vrijdag hadden Sabine en Frank goed weer gegeven.
Mits ik
nog enkele dingen moest afhandelen werd vrijdag dé dag dat ik ging vissen. En
die ochtend was er zo één als in de boekjes omschreven wordt. Ik was rond 6u
opgestaan, alles donker en veel mist. Het was fris, maar aangenaam fris, niet
kil, koud. De auto had ik de avond voordien ingeladen, dus direct de auto in en
op weg naar mijn stekje. Ik was rond 7u daar. Het begon al licht te worden, mist
over het water, mooie hemel. Een ochtend vol heerlijke beloften.
Ik
begon mij rustig te installeren en op het gemak mijn lijnen inéén aan het
flansen. Vandaag zou ik nog eens op de goeie oude manier vissen zijnde dobber,
lood, stalen onderlijn en levende aasvis. Eerst stak ik de lijn voor de snoek in
mekaar met mijn getunede dobber en zelfgemaakte onderlijnen. Die dobber en die
lijnen zijn details, maar ik heb de indruk dat het beter gaat dan met kant en
klaar gerief. Daarna de vaste stok in orde gebracht, want de aasvisjes, die
moest ik nog vangen. Bon, even alles checken. Alles klaar? Start!
De
vaste stok lag nog geen minuut in of beet, een klein voorntje. Kwestie van er
geen gras over te laten groeien deze direct aan de haak gedaan en ingesmeten op
een mooi plekje. Alles was goed geland, de dobber stond mooi, dus nu terug voort
met aasvisjes vangen. Op de plek waar ik vis zitten massaal veel voorntjes, dus
ik had daar elke minuut beet ongeveer. De made kreeg meestal niet eens de tijd
om te zinken. Ondertussen keek ik natuurlijk regelmatig naar de snoekdobber.
Gezien het feit dat ik zelden veel vang, was ik niet bijzonder alert, ik dacht
dat ik weer uren ging zitten wachten. Maar na een kwartier, radijs! Dobber
vollen bak onder, diep onder. Ik sprong (in de mate van het mogelijke) recht en
begon in te halen. Ik voelde niet veel, ik stopte even met inhalen, De bdobber
bleef onder, dus ik begin terug te draaien en toen begon het. Opeens begon mijn
lijn weg te zwemmen, opeens voelde ik kracht, leven aan de andere zijde van de
lijn. Beet, dikken beet en onder het wateroppervlak zag ik een snoek. 't zag er
een mooi exemplaar uit. Hij/zij bezorgde mij alleszins een leuke dril waarbij ik
het dier moest weghouden van alerlei obstakels in het water. Uiteindelijk kreeg
ik hem mooi onder mij en kon ik hem scheppen. Was echt een mooi exemplaar, met
mijn metsersogen gok ik op een goeie 70 of een kleine 80 cm. Kerngezond, sterk
dier dat in de hoek van zijn bek gehaakt was, het onthaken ging vanzelf. Foto
getrokken en de vis terug losgelaten.
Zalig, mijn dag was geslaagd,
maar ik was nog maar te kort bezig om al weg te gaan. Dus aasvis numero duo aan
de haak. Dit was wel een heel klein visje. Met dat klein ukje heb ik een dik
half uur gevist totdat ik een stevige voorn te pakken kreeg, deze aan de haak
gedaan en ingesmeten. Na een goed half uur zie ik opeens mijn dobber naar alle
kanten gaan. Mijn visje is in paniek, zoveel is duidelijk. Normaal zie ik een
dier niet graag bang, maar dit was een uitzondering. En opeens terug van dat,
dobber onder. Deze keer bleef de dobber onder het wateroppervlak hangen en werd
er geen lijn gepakt. Ik had op die plaats ook al grote baars en paling gevat,
dus ik dacht dat hierom zou gaan. Meteen voelde ik weer veel force aan de andere
zijde van de lijn en plots sprong de snoek boven water. Weerom een leuke dril
die even spannend werd doordat ik met het schepnet stond te knoeien en de vis in
het riet verdween. Gelukkig heb ik hem daar veilig en wel kunnen uitloodsen en
kon ik hem scheppen. Het was een mooi getekend snoekje van een 50 cm. Ook dit
dier was kerngezond en goed rond gegeten en ook deze was in de hoek van de bek
gehaakt. Mijn onderlijn met twee losse haken werkt op dat gebied echt wel heel
goed.
Met het gedacht van waar er twee zitten, moeten er ook drie zitten
ging ik dan voort aan de slag. Ik had ondertussen ook de ideale aasvis voor mijn
stekje gevangen, dus die ging maken dat als er een nummer drie zou zitten ik
deze zou vangen. Ondertussen was ik ook gestopt met aasvisjes vangen en ging
mijn aandacht nu volledig uit naar mijn snoekhengel. Ik was heel de stek aan het
afvissen, zoekend, peuterend om hem dan uiteindelijk terug op de zelfde plaats
tot rust te laten komen. Ik ging het nog een kwartiertje aanzien en dan was ik
ribbedebie. En dan terug één van de mooiste dingen om te zien, een dobber die
onder gaat. Ik kon het echt niet geloven. Deze nam net als de vorige geen lijn,
maar toen ik begon in te halen sprong deze zeer veel. Deze bleef tijdens de dril
voornamelijk in open water en nadat ik hem tot rust had gekregen kon ik hem
scheppen. Een mooi dier van een goeie 60 cm. Zoals zijn vorgangers was deze ook
in goede gezondheid, alleen zat de haak hier wat dieper. De haak zat in de
onderkant van de keel aan het begin van de kiewbogen. Dus kieuwgreep en
onthaken. Een deel van de kieuwen was hierdoor tussen de bogen gesukkeld, maar
ik heb dan langs opzij die bogen even wat uitéén gedaan en alles zat terug op
zijn plaats. Ook deze laatste ging natuurlijk terug het water in.
Ik had
niets meer van aasvisjes over en vond het zo'n goeie dag (niks in de war
gezeten, geen enkel probleem gehad) dat ik besloot van af te sluiten. Een
stemmetje in mijn hoofd zei om nog voor een vierde te gaan, maar ik achtte die
kans klein en wou de aasvisjes ook wat sparen. Ze hadden reeds vier van hun
soortgenoten opgeofferd om mij een mooie dag te bezorgen. En de tussenvangsten
van voorn zijn voor mij even leuk als snoek, zeker als het een grote is is het
een mooie vangst.
Om af te sluiten wil ik het nog even hebben over een
zalig feit van het vissen zijnde het als-ik-daar-uitgooi-is-'t-raak-instinct en
het vandaag-gaat-het -prijs-zijn-instinct. Heerlijk toch als dat uitkomt en
vrijdag was echt zo'n dag waar alles lukte, een dag om te koesteren en nooit
meer te vergeten.
Hans
|
|